KAREL DE STOUTE

 

We denken snel dat dit de tijd is van nieuwe organiseervormen, maar  multifunctionele samenwerking was in de militaire context bepaald niet onbekend: multifunctionele militaire eenheden dateren uit de late Middeleeuwen. In het Bourgondische leger van Karel de Stoute uit 1471 beschikten bijvoorbeeld al over multifunctionele eenheden zoals de ‘lans’. Overigens moet de toevoeging van Stoute gelezen worden als 'Stoutmoedige', hij had dus geen getroebleerde relatie met zijn ouders.

 

Een lans bestond uit een zwaardvechter, drie boogschutters, een kruisboogschutter, een geweerschutter, een piekenier en een man ter algemene ondersteuning. Aan de lans werd leiding gegeven door een goed bewapende en bepantserde officier. Allen waren te paard, behalve de drie schutters. Het was een zeer veelzijdig samengestelde eenheid, die goed op elkaar was ingespeeld en waar je geen ruzie mee moest krijgen. In het leger van van Karel de Stoute vormden, net als in andere legers van die tijd, 100 van deze lansen een compagnie, 12 compagnieën het leger. Als we kijken naar de omvang (9 x 100 x 12 = 10.800 man), dan zijn dit zelfs naar huidige maatstaven indrukwekkend grote organisaties.

 

Hoe ging zo’n leger te werk? Als men met bijna 11.000 man ‘op pad ging’ werd er eerst een eenheid verkenners vooruit gestuurd om informatie te vergaren over de positie van de vijand en het terrein. Daarna volgde de echte voorhoede bestaande uit een kopgroep van 7 of 8 lansen.

 

Vervolgens kwam de hoofdmacht van de voorhoede, 30 lansen ondersteund door een detachement van boogschutters te paard, de laatste een flexibele eenheid die snel kon toeslaan of dekking kon geven. Bij deze hoofdmacht waren bijvoorbeeld herauten die zorgden voor de informatievoorziening in de steden en dorpen waar men doorheen trok; zij waren het ook die om de overgave van op de route liggende kastelen en versterkingen vroegen. Bij deze voorhoede hoorde ook een hele groep werklieden die heggen en bomen sloopten en gaten in de wegen dichtten om het de hoofdmacht zo makkelijk mogelijk te maken; we zouden nu spreken van de genie.

 

Ten slotte kwam de hoofdmacht, opgedeeld in eenheden van 1.500 tot 2.000 man. Discipline werd als zeer belangrijk ervaren, de officieren waren hier verantwoordelijk voor. Er was ook een speciale commissaris om klachten van burgers te registreren en schades te vergoeden. Als deze door soldaten waren gemaakt, werden de kosten afgetrokken van de eerstvolgende soldij van de soldaten. Dit en nog veel meer geeft aan dat dit zeer goed doordachte organisatiestructuren waren – en dat in de late Middeleeuwen!