ROMMEL

Rommel is natuurlijk een van de meest tot de verbeelding sprekende generaals uit de vorige eeuw. 

In zijn brieven aan zijn vrouw Lucie - hij schreef haar elke dag - schetst hij vaak en passant zijn opvattingen over leiderschap. Hier zo maar een voorbeeld, met een heel set aan lessen voor leiders.

 

“In mijn opvattingen beperkt de taak van de bevelhebber zich niet tot stafaangelegenheden. Hij moet zich niet alleen bezighouden met de details van de voorbereiding, maar ook zich vooraan aan het front vertonen, en wel om de volgende redenen:

  • een correcte uitvoering van het plan van de bevelhebber door zijn ondergeschikten is van groot belang. Het is naïef te veronderstellen dat iedere officier de betekenis kan doorgronden van zijn specifieke opdracht binnen het groter geheel
  • de meesten zullen proberen de makkelijkste weg kiezen: al snel is een excuus gevonden waarom van tevoren gestelde doelen niet gehaald kunnen worden. Het feit dat men zich realiseert dat hun bevelhebber aan het front aanwezig is, draagt ertoe bij dat zij niet snel zullen afhaken. De bevelhebber moet de drijvende kracht op het slagveld zijn. De manschappen moeten zich realiseren dat hij degene is, die de touwtjes in handen heeft
  • de bevelhebber moet ernaar streven dat zijn troepen altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het terrein van tactiek en de praktische toepassingsmogelijkheden daarvan op het slagveld. Junior officieren moeten geleerd worden om snel en adequaat te reageren op plotselinge gebeurtenissen. Een bevelhebber moet ervoor zorgen dat zijn troepen een goede training krijgen, want dat voorkomt onnodige slachtoffers
  • het is ook van belang dat de bevelhebber de situatie aan het front goed kent en de problemen waar zijn manschappen mee worden geconfronteerd. Hij moet deze kennis up-to-date houden en toetsen aan de actuele situatie op het slagveld, omdat hij anders puur vanuit de theorie en met zijn beperkte kennis van de werkelijkheid, veldslagen leidt alsof het een schaakspel is. Met andere woorden, een ware leider is iemand die zijn eigen opvattingen en ideeën voortdurend toetst aan de omstandigheden waarin zijn troepen zich bevinden, in plaats dat hij vanuit een vaststaand kader en met rigide regels het gevecht aangaat.
  • de bevelhebber moet in contact blijven staan met zijn manschappen. Hij moet hun gevoelens kennen en denken als zij. De soldaat moet vertrouwen in hem hebben. Er is hierbij een absolute grondregel: men moet altijd oprecht zijn naar de manschappen en hen nooit om welke reden dan ook voor de gek proberen te houden. De soldaat heeft een uitstekende neus voor wat de waarheid is en wat een valse voorstelling van zaken.” 

 

Uit deze tot op zekere hoogte informele tekst springen de leiderschapslessen meteen naar voren.